Overzicht van de onderzoeksprojecten op de Theaterschool

De niet gepubliceerde onderzoeksrapporten zijn te vinden in de Theaterschoolbibliotheek.

Abma Tineke A., Annemarie de Jong, Nicolette van der Zouwe (1998)Tegen beter weten in, dilemma’s verkend, verbreed en verbeeld. 2e rapportage responsief onderzoek naar attitudes en gewoonten inzake gezondheid bij de muziek- en dansopleidingen van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten.(Niet gepubliceerd onderzoeksrapport.)
Het project ‘Attitudes en gewoonten inzake gezondheid’ 1997  was gericht op preventie van gezondheidsproblemen bij studenten muziek en dans, waarbij niet zo zeer het medisch aspect centraal stond, maar waarbij de nadruk lag op reflectie op heersende attitudes en gewoonten rondom gezondheid als kunstenaar. Doel van het project was om een discussie over zelfzorg (verder) te stimuleren. Door het bespreekbaar maken van het onderwerp werd het (zelf)bewustzijn op versterkt. Een van de dilemma’s dat duidelijk naar voren kwam: eigen grenzen overschrijden of respecteren? Om de top te bereiken moet je immers je grenzen willen verleggen.


Mariën Sanne E.J.M.& Jessica van Pelt (1998). Klassieke en Moderne Dansers in Vooropleiding. Amsterdam: Vrije Universiteit: Faculteit der Bewegingswetenschappen, afstudeerrichting: Psychologie. (Niet gepubliceerd verslag doctoraal onderzoeksstage)
‘Klassieke en Moderne Dansers in Vooropleiding’  een stage-onderzoek in het kader van de studie Bewegingswetenschappen door Sanne Mariën en Jessica van Pelt onder begeleiding van dr. J.H.A. van Rossum. In 1998 is er een uitvoerig onderzoek uitgevoerd bij leerlingen van de vooropleidingen Dans van de Dansopleiding van de Theaterschool (Hogeschool voor de Kunsten) in Amsterdam, het Conservatorium in Den Haag en de Rotterdamse Dansacademie in Rotterdam. Daaruit bleek onder andere dat de trainingsbelasting aanzienlijk genoemd kan worden. Het onderzoek gaf aan dat bij een aanzienlijk aantal dansleerlingen van overbelasting sprake lijkt te zijn – de last is bij hen hoger dan de draagkracht. (Zie: Mariën & van Pelt, 1998; zie ook Van Rossum, 2000.)


Procee Gea (1995). Sociale determinanten van eetstoornissen bij dansstudenten: een sociaal  psychologisch onderzoek naar mogelijkheden voor preventief beleid binnen dansvakopleidingen. Amsterdam: Vrije Universiteit.
Gea Procee deed in 1994 een sociaal psychologisch onderzoek naar mogelijkheden voor preventief beleid binnen het dansvakonderwijs. Ze formuleerde waardevolle aanbevelingen t.a.v. selectiebeleid, sociale normen en beoordeling m.b.t. advies en begeleiding.


Rossum, J.H.A. van (1998). De dans: Dansdocenten en –studenten spreken zich uit over ‘de’ dansdocent  en andere zaken. Amsterdam: Hogeschool voor de Kunsten, de Theaterschool, Dansopleidingen. (Niet gepubliceerd onderzoeksrapport van het project ‘Coaching’).


Rossum, J.H.A. van (1999). Project ‘Coaching’. Conclusies en aanbevelingen. Amsterdam: Hogeschool voor de Kunsten, de Theaterschool, Dansopleidingen.   
Van 1998 tot 1999 vond het project ‘Coaching’ plaats, een onderzoek naar de manier waarop de docent de  student in de ontwikkeling van zijn talent begeleidt. Het onderzoek is uitgevoerd door dr. J.H.A. van Rossum verbonden aan de faculteit der Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam. Van zowel studenten als docenten zijn opvattingen in kaart gebracht over de kenmerken van ‘de’ ideale dansdocent. De nadruk lag op de vaardigheden van de docent als begeleider, de verschillende dimensies van docentengedrag. Dit heeft geresulteerd in een bruikbaar instrument om feedback over het leerklimaat te communiceren tussen docent en studenten.


Rossum, J.H.A. van (2000). Belasting en belastbaarheid van jeugdige dansers: Een onderzoek bij leerlingen van een dans-vooropleiding. Amsterdam: Dansopleidingen, De Theaterschool, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. (Niet gepubliceerd onderzoeksrapport.) 
De rapportage geeft een beeld van de belastbaarheid in fysiologische zin. De belangrijkste conclusie is dat de fysieke conditie (de cardio-vasculaire fitheid) zeer verschillend is en dat deze gemiddeld als ‘middelmatig’ gekwalificeerd moet worden. Daarnaast duiden de resultaten over de subjectief ervaren aspecten van belasting en belastbaarheid’ erop dat dansers bepaalde psychosociale risico’s lopen, óók op jeugdige leeftijd.


Rossum, J.H.A. van (2001). HBO-dans: Aspecten van belasting en belastbaarheid. Amsterdam: Hogeschool voor de Kunsten, Dansopleidingen. (Niet gepubliceerd onderzoeksrapport.)
In het schooljaar (2000-2001) is een onderzoek naar de belasting en belastbaarheid bij de HBO dansstudenten uitgevoerd. Hieruit bleek dat ook bij de HBO-studenten de cardio-vasculaire fitheid ‘middelmatig’ is, dat ook de HBO-dansstudenten soortgelijke psychosociale risico’s lopen als de leerlingen van de Vooropleiding Dans, maar ook dat de belasting tijdens de ‘reguliere’, dagelijkse les (klassiek, modern of jazz) in het algemeen onvoldoende is om de cardiovasculaire fitheid te onderhouden, laat staan te verbeteren. Tenslotte kwam in dit onderzoek naar voren dat het aanpassen van een klassieke les teneinde te voldoen aan de eisen die verbetering van de cardiovasculaire fitheid stelt (zoals gepropageerd door Eileen Wancke) in een opleidingscontext weinig zinvol lijkt.

Rossum, J.H.A. van (2003). Danslogboek, een onderzoeksproject; Evaluatie van een danslogboek. Amsterdam: Dansopleidingen, De Theaterschool, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. (Niet gepubliceerd onderzoeksrapport
In begin 2002 begon het onderzoeksproject  Dans-logboek. Het doel van een logboek voor dansers is te komen tot een verhoogd bewustzijn van factoren die bijdragen tot overbelasting en blessures in het dagelijks leven van een danser-in-opleiding. Door het bijhouden van een dagboek krijgt de student meer zicht op de dagelijkse belasting en de voorgeschiedenis van blessures en klachten, zowel fysiek als mentaal. Met behulp van een systematisch geordend logboek is de student tevens in staat zijn omgeving, (para)medici en docenten, adequaat te informeren over zijn situatie. Op grond van deze informatie kan het dansvakonderwijs beter ingericht worden op de eisen die de gezondheid en het welzijn van studenten verlangen.

Login




Foto: Deen van Meer